Theo Nijland is ver zwemmen

Theo Nijland (en Juneoer Mers) | Mijn leven als Theo Nijland | Bellevue, Amsterdam | maandag 19 oktober 2009 (première)
Tjan kende Theo Nijland van zijn deelname aan de Bende van Vier, waarin hij het podium deelde met de grootmeesters Jeroen van Merwijk, Maarten van Roozendaal en Kees Torn – drie cabaretiers die door Tjan zeer worden bewonderd en naast wie Nijland wat hem betreft een wat vreemde eend in de bijt was. Deze eerste kennismaking smaakte in elk geval niet direct naar meer, maar de kans om de eigenzinnige kleinkunstenaar in een eigen programma beter te leren kennen pakte Tjan toch met beide handen aan. Dit eigen programma bleek een 2-persoonsmusical te zijn, een musical over… Theo Nijland zelf.

Tijdens door hem bezochte voorstellingen heeft Tjan de gewoonte zo nu en dan wat steekwoorden te noteren, die als leidraad voor zijn recensies kunnen dienen. Dit keer bevatte zijn notitieboekje voornamelijk woorden als pedant, elitair, ongemakkelijk, genant, potsierlijk en zelfingenomen. Oei… dat ging dus niet goedkomen in Bellevue.

In Mijn leven als Theo Nijland legt de theatermaker zijn hele ziel en zaligheid op tafel en geeft hij zich bloot tot op zijn schaamhaar (door de jaren heen zelfs). ‘Het pakt me niet,’ zegt zijn fenomenale tegenspeler Juneoer Mers desondanks in het musical-gedeelte van de voorstelling, die hij vervolgens danig naar zijn hand probeert te zetten. En ja, die constatering wordt door Tjan volledig onderschreven. Hoe kwetsbaarder Nijland zich opstelt, hoe ongrijpbaarder hij wordt. Theo Nijland is een eiland waarnaar het, zo zingt hij zelf, heel ver zwemmen is. Mocht je dat al willen…

Wat schort er dan aan? vroeg Tjan zich zelfs tijdens de voorstelling al enigszins vertwijfeld af. Want de liedjes van de zeer muzikale Nijland worden toch vol passie gebracht. Kwam het door het zo niet rammelende dan wel gezochte metrum (de kleinkunstenaar stopt regelmatig teveel lettergrepen in zijn strofen), door de overkill aan zowel mooie als uiterst geforceerde en te ver doorgevoerde beeldspraken, of door de meer dan eens nogal gekleinkunstelde melodieën dat Tjan zich niet liet meeslepen? In deze voorstelling grossiert Nijland in vorm en veel – opzettelijk gebezigde – musicalclichés (inclusief ingeblikt applaus). Dat mag. Maar ook als hij zelf de regie over zijn ‘leven’ overneemt en plaatsneemt achter de vleugel, missen Nijlands pijlen doel. Sterker nog: het lied waarin hij bezingt hoe hij zich morgen zal verlagen tot het niveau van het klootjesvolk, zodat er wederzijds begrip ontstaat tussen hem en ‘het gros van de mensen’, irriteerde Tjan mateloos. Zeker toen Nijland uiting gaf aan de angst dat zijn huidige publiek hem dan niet meer zou begrijpen. Juist dit lied zorgde voor verreweg de meeste bijval vanuit de blijkbaar al net zo elitaire zaal.

Tjan was dan ook blij toen tegen het einde van de voorstelling Juneoer Mers het podium weer betrad, al duurde de gezamenlijke ‘ik ga op reis en ik neem mee’-scène veel te lang. Multitalent Juneoer was de redder van de avond, en dat kan toch niet de bedoeling zijn geweest. Hoewel? Een blik op de affiche maakte Tjan wat dat betreft toch weer aan het twijfelen…
Rapportcijfer: 6,5

Over Tjan

Neerlandicus, columnist, redacteur, copy- en ghostwriter. Blogt op onregelmatige basis over alles en niets, ongeremd en soms ook ongerijmd.
Dit bericht werd geplaatst in Theater en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

6 reacties op Theo Nijland is ver zwemmen

  1. Johan zegt:

    Ik kan me de tweet over dat koppie thee goed voorstellen.
    ‘k Neem nog maar een slok koffie.

  2. Siebe zegt:

    Blijkbaar behoort Tjan tot het, naar eigen zeggen, “klootjesvolk” (Theo Nijland noemt slechts “het gros van de mensen”), want Tjan begrijpt kennelijk de kleinkunst niet. Met het gros van de mensen bedoelt Nijland alleen maar dat het grootste gedeelte van Nederland voornamelijk naar Marco’s en Bauers luistert, en laten we eerlijk zijn: dat is toch het eenvoudigere lied. Omdat Theo zich absoluut boven dat niveau bevindt, dringt hij niet door tot de gemiddelde Nederlander.
    “Geforceerde beeldspraken”?! De kleinkunst draait juist om virtuoziteit met taal! Gekleinkunstelde melodieën?! Nee, het is inderdaad geen schlagermuziek… Nijland maakt inderdaad gebruik van prachtige harmonische progressies en de melodieën sluiten daar naadloos op aan. Dat is nou de invloed van jazz.
    Ook de “Ik ga op reis en ik neem mee”-scene was waanzinnig! Theo Nijland liet alle materialisme varen en nam vooral beelden, geluiden, geuren, gevoelens en herinneringen mee het graf in, zoals een poeet dat betaamt. Duurde het te lang? Absoluut niet! Elke nieuwe bagage was een nieuwe verrassing, en het daarbij langzaam dementeren van Theo zorgde voor een spannend verloop.
    Wat Tjan blijkbaar ook ontgaan is, is dat de steekwoorden die hij opgeschreven heeft, juist het bedoelde effect waren van de voorstelling. Een goede kleinkunstvoorstelling laat je namelijk niet met een voldaan gevoel naar huis gaan… Je hebt dan namelijk altijd stof tot nadenken: in dit geval was Nijland inderdaad zelfingenomen en elitair… Maar zo wou hij ook over komen, want dat is dé manier om je publiek te laten weten dat je het belachelijk vindt dat de rest van Nederland je niet begrijpt en erkent als groot artiest! Want dat is Theo Nijland!
    Siebe vond de voorstelling waanzinnig! De kritiek op het Nederlandse publiek droop ervanaf en zo hoort het! Regelmatig lag ik dubbel van het lachen en gutsten de tranen met emmers uit mijn ooghoeken. Absoluut een aanrader voor de liefhebber van kleinkunst. Let wel: cabaret is iets totaal anders! (daarom was Kees Torn juist de vreemde eend in de bijt bij de Bende van Vier, niet Theo).
    Mijn rapportcijfer? Een dikke 9!

  3. Tjan zelf zegt:

    @Siebe: Dank voor jouw kijk op deze 2-persoonsmusical. Wat Nijland duidelijk wilde maken was me volstrekt helder (zoals ook de jazz-invloeden me allerminst ontgaan waren). Alleen is hij daar in mijn beleving niet in geslaagd – ik ervaarde de voorstelling als een langgerekte, verongelijkte en navelstaarderige ego-trip. De term ‘klootjesvolk’ komt inderdaad uit mijn koker, maar die woordkeuze lijkt me gezien het ‘dedain’ dat Nijland zegt van zich af te zullen moeten zetten in een poging ‘het gros van de mensen’ te begrijpen alleszins gerechtvaardigd. Wat geforceerde en te ver doorgevoerde beeldspraken betreft: zoet water dat door ‘mijn aderen’ vloeit en ‘mijn bladeren’ die verkoeling bieden in een lied waarin je jezelf vergelijkt met een eiland vallen wat mij betreft zonder meer in die categorie, welke definitie van kleinkunst je er ook op nahoudt. En ten slotte Kees Torn: ‘Dood en verderf’ gezien?

  4. Siebe zegt:

    @Tjan: Interessante discussie ;-) Ik begrijp heel goed wat je bedoelt, ben het er alleen nog steeds niet mee eens.
    Verder, ik ben absoluut fan van Kees Torn! Maar hij hoort wat mij betreft thuis in het rijte van cabaretiers. Hij maakt namelijk cabaret met liedjes. Theo Nijland, Maarten van Rozendaal en Jeroen van Merwijk maken liedjes met cabaret.
    Wat ik bedoel te zeggen is, dat kleinkunst wat mij betreft afhangt van de balans in liedjes en cabaret. Meer liedjes/muziek dan cabaret is dan kleinkunst. Vooral cabaret met hier en daar een liedje is cabaret. En dat laatste doet Kees Torn.
    De discussie over wat kleinkunst precies is, heb ik trouwens al met vele mensen gevoerd, dus laten we daar niet te veel over uitweiden ;-) Volgens Wikipedia is het een verzamelnaam voor alle podiumkunsten, bedoeld om te amuseren. :-P
    Interessante weblog heb je trouwens!

  5. Tjan zelf zegt:

    @Siebe: Wederom dank voor je bijdrage (en dan vooral voor je laatste opmerking ;-) ). In mijn ‘recensie’ poogde ik – niet in de laatste plaats mezelf – te verklaren waarom Nijland me niet pakt, en ik denk dat de gegeven verklaring aardig in de richting komt. Wat hij op het podium doet, doet me weinig tot niets, terwijl ik door Van Merwijk, Van Roozendaal en Kees Torn wél gegrepen wordt. Hoewel het een dooddoener is zal het vooral een kwestie van smaak zijn – en in die zin zullen we het over ‘Mijn leven als Theo Nijland’ dus waarschijnlijk ook niet eens worden. En dat hoeft gelukkig ook helemaal niet :-)

  6. Dieter zegt:

    Het heeft geen enkele zin cabaret of kleinkunst te vergelijken met pop en schlagers die voor de massa bestemd is. Veel kunstenaars maken iets wat zij goed vinden en hebben dan erg te klagen over het publiek dat niet volgt. Dat is natuurlijk de foute ingesteldheid. De tijd dat kunstenaars het volk ook nog eens moesten opvoeden ligt achter ons. Ofwel maak je wat de mensen willen, en dan zal je succes hebben (als je het goed doet), ofwel maak je wat je zelf goed vindt en verwacht je geen succes. Soms komen de dingen tesamen, meestal niet. Dat heet dan de juiste persoon op de juiste plaats en dito tijdstip, ook nog geluk en heel soms ook onweerlegbare superkwaliteit.
    Nu vind ik jezelf vergelijken met een eiland niet eens zo’n kwaad idee en de daaruit volgende beeldspraak heeft mogelijkheden. Alles staat of valt met de uitwerking en opvoering, en hier in Vlaanderen valt Theo Nijland vooralsnog niet te zien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s